Over dingen en doetjes in Denemarken.

woensdag 9 augustus 2017

De straat van mijn jeugd

Ik was negen jaar toen we er kwamen wonen. 
In de straat - nee, in de laan!
 Twee onder een kap in een nieuwbouwwijk. 
Die nieuwbouwwijken van toen waren niet zo als vandaag. Het ging allemaal wat langzamer... eerst een straat klaar voor we aan de volgende beginnen leek het motto wel.


Wij woonden in nummer zeven.
Mijn moeder met vier kinderen. 
(Mijn vader was een jaar eerder overleden).
Een heerlijk huis met vier slaapkamers en een douche in de bijkeuken. Later is het huis aangepast; er kwam een badkamer boven en de bijkeuken werd behandelkamer voor het pedicuren. Mijn moeders beroep.

Toen we er kwamen wonen kreeg ik een eigen kamer. 
Mijn kamer! Ik weet nu nog hoe nieuw alles rook.
Aan de achterkant van het huis gelegen, uitkijkend op een flinke tuin.
Van die tuin werd jaren later een stuk gebruikt om de garage op te zetten, maar in 1959 had nog bijna niemand in de straat een auto en dus geen garage nodig.

Naast ons woonde een jong echtpaar, dat in korte tijd twee kinderen kreeg. De heggen waren nog laag, dus wij stapten lustig elkaars tuinen (en huizen) in. 
Er werden grasvelden gezaaid, heggen geplant en tuinen aangelegd.
Wij, kinderen speelden op de stoep, de straat voor het huis en de wildernis aan de achterkant. 
Er was altijd wel iemand om mee te spelen.


Mijn vriendinnetje Clara woonde in nummer 17. Wij zaten in dezelfde klas op de school die aan het einde van de straat stond. (De school staat er overigens nog steeds).

We kenden iedereen in de straat.
Daar woonde die zuster (verpleegster vermoed ik) met die twee grote honden. Ze verhuurde haar bovenverdieping maar ik kan me haar huurder niet meer voor de geest halen. Naast haar woonden een paar jaar Franssprekende belgen en Katia kwam bij mij in de  klas te zitten.
Daarnaast woonden Keizers, waar ik regelmatig op de twee jongetjes paste. De oude heer Keizers is deze week overleden. 
Dan had je Lowiesje met familie en daarnaast dat gezin waarvan de dochter een paard had dat in de garage woonde.
Verder woonde er ook nog een nicht van mijn vader in de straat en de familie Schut, de enige die een auto had omdat  de papa wagens verkocht. 
Familie de Boer woonde er, Brugmans met vijf kinderen, Jansen, waarvan de moeder uit Groningen kwam wat wij héél ver weg vonden. Ongeveer 40 huisnummers; c'est ca.

Mijn broer speelde met Hubie, Mijn zus met Ineke en Marion, mijn jongste broertje met Tinus.....en natuurlijk nog vele anderen.


De wijk werd uitgebreid, maar echt groot is hij nooit geworden. Mooi gelegen, vlak bij de bossen, waar we vaak gingen wandelen.
De wijk van mijn jeugd.
Mijn kinder-laantje.

Nu zijn (bijna) alle oude bewoners weg.
De huizen bieden ruimte voor nieuwe gezinnen.
Zo moet het ook.
Ik ben wel benieuwd of iedereen nog steeds iedereen kent.



1 opmerking:

  1. Wat een mooi geschreven verhaal en wat een dappere moeder heb jij!

    BeantwoordenVerwijderen

Gezellig, laat gerust een reactie achter!