Mooi hè; de zon over de sneeuw. Eindelijk zon! Ik ging wandelen. Een mens moet er immers af en toe uit. Terwijl ik wandelde en naar de muziek van Logbankje luisterde belde de chef om te zeggen dat er en pakje klaar lag bij het afhaalpunt in Menu. Dat is normaal een kwartiertje lopen. Heen en terug deed ik er meer dan een uur over. De stoepen en fietspaden waren op veel plaatsen spiegelglad. Dat is vermoeiend en voorzichtig lopen. Enfin; ik heb weer een nieuwe föhn; het oudje had het opgegeven. En een frisse neus.
Vandaag is het fastelavns-søndag. De ton wordt aan duigen geslagen en er worden fastelavnsboller gehaald.
Carnaval wordt hier niet gevierd maar de oude gebruiken en namen van eeuwen geleden leven nog wel. Zo heette carnavals-maandag hier flæskemandag, varkensvlees maandag. Dinsdag werd witte dinsdag genoemd. Dan werd het witte brood opgegeten, met eieren en melk. Nog twee dagen om je buikje vol te eten, want daarna was het 40 dagen vasten; schraalhans dus.
Kijk, daar doen we allang niet meer aan. En dit hieronder is ook in de vergetelheid geraakt.
Toen ik klein was, toen mijn vader nog leefde (hij was een gelovige man) hadden mijn broertje en ik een vastentrommeltje. In dat trommeltje gingen de lekkernijen die je tijdens de vasten kreeg. De inhoud mocht je pas met Pasen opeten (eigenlijk op paaszaterdag). Zoveel zat er echt niet in; er werd eigenlijk maar weinig gesnoept destijds.



