Bij fastelavn /vastenavond - carnaval in Denemarken hoort ook "et fastelavnsris" en vastenavond-roede.
Die maken de kinderen - op school, in de BSO of thuis. Mijn schoonmoeder maakte er ook altijd eentje voor haar kleinkinderen.
De roede bestaat uit takjes van (meestal) beukenbomen. Ze worden volgehangen met uitgeknipte figuurtjes, altijd een kat, vaak een ooievaar, vogels en veren. Als laatste komt er wat snoep in.
De traditie is dat de kinderen ermee op het dekbed van hun ouders slaan om ze wakker te maken.
Ze zingen dan : Fastelavn, er mit navn, boller vil jeg have . Boller op, boller ned, boller i min mave. Hvis jeg ingen boller får, så laver jeg ballade.
Vastenavond is mijn naam, broodjes wil ik hebben. Broodjes op en broodjes neer, broodjes in mijn maagje. En als ik geen broodjes krijg dan zorg ik voor problemen.
De traditie stamt uit de 18' eeuw en was een vruchtbaarheids symbool. Jongeren sloegen destijds elkaar met jonge beukentakjes om zo de levenskracht over te brengen.
Vandaag kun je fastelavnsris ook in de bibliotheek maken.